Mentorschap

In het vrijwilligersland wordt de term mentorschap meestal geassocieerd met verschillende maatjes- en mentorprojecten voor bijvoorbeeld jongeren of anderstaligen. Er is echter ook een specifieke vorm van mentorschap die in het Burgerlijk Wetboerk vastgesteld is: Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen.

Mentorschap

Mentor is een wettelijke vertegenwoordiging (zie ook Burgerlijk Wetboek Boek 1, artikelen 450 - 462) voor een meerderjarige die niet (meer) in staat is om zijn eigen belangen te behartigen op het gebied van gezondheid en welzijn. Mensen die voor mentorschap in aanmerking komen, zijn personen die deels wilsonbekwaam worden genoemd: bijvoorbeeld personen die te maken hebben met een verstandelijke beperking, dementie, hersenletsel of coma. Naast mentorschap zijn er nog twee andere vormen van belangenbehartiging: onder curatele stelling en bewindvoering. De bewindvoerder regelt samen met- of voor iemand de financiële zaken en beheert het (toekomstige) vermogen. De curator neemt samen met- of voor iemand beslissingen, zowel op financieel als niet-financieel gebied, zoals over de zorg en verpleging.

Wie is mentor?

Meestal neemt de familie van de betrokken persoon de behartiging op zich. Als dat niet mogelijk is, kan in plaats van een familiementor een functionele mentor ingezet worden. Er zijn twee soorten functionele mentoren: beroepsmatige en vrijwillige menoren. De vrijwillige mentoren doen hun werkzaamheden op verzoek van een zorginstelling, van de cliënt zelf of op verzoek van een regionale stichting Mentorschap. Voor een mentor geldt een minimum leeftijd van 18 jaar. De mentor mag geen (werk)relatie hebben met de instelling die de zorg en/of andere professionele diensten verleent, om tegengestelde belangen te vermijden. Volgens een wetswijziging die in voorbereiding is zullen vanaf 2011 ook rechtspersonen tot mentor kunnen worden benoemd. Hiermee zal de mentorschap niet meer ‘persoonsgebonden’ zijn, warmee de continuïteit van de werkzaamheden beter verzekerd is.

Hoe komt de mentorschap tot stand?

De mentor wordt benoemd door de kantonrechter. De kantonrechter overlegt eerst met alle betrokkenen. Ook met de persoon om wie het gaat, en belangrijke anderen zoals de arts. Ook kan de rechter de kandidaat-mentor vooraf persoonlijk spreken om de geschiktheid te bepalen. Dan pas wordt door de kantonrechter bepaald of en met welke maatregelen de cliënt zou kunnen worden ondersteund. In deze zogenoemde ‘beschikking van de rechter’ zijn de ruimte en de grenzen van de mentorrelatie beschreven. De kantonrechter kan de mentor vragen jaarlijks verslag uit te brengen.

Waarover beslist de mentor?

De mentor beschermt de belangen van de betrokken persoon op het gebied van verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. Mentorschap gaat dus niet over geldzaken, maar over beslissingen rondom zorg, wonen en welzijn. Bijvoorbeeld als de cliënt moet kiezen tussen wel of niet zelfstandig blijven wonen of als het gaat om een medische behandeling. De keuzes die de gementoreerde heeft, worden zo goed mogelijk aan hem uitgelegd en er wordt vervolgens rekening gehouden met diens wensen en voorkeuren. De mentor kan zich laten ondersteunen en deskundigen om advies vragen. Zo bepaalt de mentor wat het advies aan de hulpverlener zal zijn. De kantonrechter kan in de beschikking preciezer aangeven waarover de mentor beslissingen mag nemen.

Onkostenvergoeding

In principe worden de onkosten van de mentor vergoed. De kantonrechter bepaalt de onkostenvergoeding die de gementoreerde aan de mentor zal betalen. In het algemeen is dit voldoende voor de reiskosten, telefoonkosten en het bijhouden van kennis en vaardigheden. De gementoreerde betaalt tevens leges aan de rechtbank. Ook kan de rechter een beloning – betaald door de gementoreerde – aan de mentor toekennen.

Einde mentorschap

Het mentorschap eindigt wanneer daar geen noodzaak meer toe is. Bijvoorbeeld omdat de gementoreerde zelf weer vaardig genoeg is om over eigen gezondheidszaken te kunnen beslissen. Ook kan een van beiden komen te overlijden. Verder kan de relatie beëindigen, wanneer door de kantonrechter een eindtijd is vastgesteld. Of de mentor kan zelf op enig moment niet meer in staat zijn de belangen van een ander te behartigen. Wanneer een van beide partijen redenen heeft om het mentorschap te beëindigen, dan kan dit aan de kantonrechter worden gevraagd. In de regel zal de rechter hiermee instemmen, zeker wanneer is voorzien in goede vervanging.


Verdieping

Hier vindt u meer informatie over de achtergrond van mentorschap als specifieke vorm van vrijwilligerswerk.

Jurisprudentie

Hier vindt u enkele uitspraken van de rechtbank over mentorschap.