Onroerendezaakbelasting

Wanneer u als vrijwilligersorganisatie gebruik maakt van een accommodatie dan leest u hier meer over de achtergronden bij de onroerendezaakbelasting (OZB).

Wet waardering onroerende zaken

Onroerendezaakbelasting (OZB) wordt door gemeentes in rekening gebracht aan eigenaren en gebruikers van onroerende zaken zoals woningen, bedrijfspanden, winkels en kantoorpanden. De onroerende zaakbelasting bestaat bij bedrijfshuisvesting uit de eigenarenbelasting en de gebruikersbelasting. Het eigenarenbelasting gedeelte moet jaarlijks betaald worden door degene die bij de kadaster als eigenaar van het bedrijfsobject staat geregistreerd. De gebruikersbelasting moet worden betaald door de organisaties of bedrijven die de huur betalen. Als u eigenaar en gebruiker bent van een bedrijfspand, moet u beide belastingen betalen.

Hoe wordt de hoogte vast gesteld?

Op basis van de Wet waardering onroerende zaken taxeren gemeenten ieder jaar de waarden van de onroerende zaken. Deze WOZ-waarde is de basis waarop de hoogte van de OZB wordt vastgesteld. Deze waarde wordt gedeeld door 2.500. De uitkomst wordt afgerond en vermenigvuldigd met het OZB-tarief wat de gemeenteraad vaststelt. Zo ontstaat het belastingbedrag. De gemeente mag sinds 1 december 2007 (weer) zelf de hoogte van het OZB-tarief vaststellen. Hieraan zijn geen maxima verbonden door de centrale overheid. Het OZB tarief wordt jaarlijks vastgesteld.

Woning of niet-woning?

Voor woningen en niet-woningen gelden verschillende tarieven, zoals bedrijfsruimten winkels, kantines en sportaccommodaties. Bij twijfel wordt de regel gehanteerd dat wanneer de waarde van het woondeel van een pand meer dan zeventig procent van de totale waarde is, het pand als woning wordt aangemerkt. In alle andere gevallen is sprake van een niet-woning. Een woning-praktijkruimte (verhouding zeventig-dertig procent) wordt meestal als woning aangemerkt.


Verdieping

Hier vindt u meer informatie over de achtergrond van onroerendezaakbelasting (OZB).