Tegenprestatie

Regels rond vrijwilligerswerk als tegenprestatie

Vanaf 1 januari 2015 kunnen gemeenten mensen met een uitkering op grond van de WWB, IOAW en IOAZ, verplichten tot een tegenprestatie. (Vrijwilligers)organisaties realiseren zich nog onvoldoende dat deze mensen geen vrijwilligers zijn, waardoor er andere regels gelden. Mensen die als tegenprestatie vrijwilligerswerk doen, vallen niet onder de vrijwilligersverzekering, kunnen geen vrijwilligersvergoeding ontvangen en hebben een opdrachtgever/opdrachtnemersverhouding met de gemeente.

Hoe te verzekeren?
Kern van vrijwilligerswerk is dat het onverplicht gedaan wordt.  Wanneer iemand voor het behoud van de uitkering bij een organisatie aan de slag gaat, is er geen sprake van vrijwilligheid en dus geen sprake van een vrijwilliger. Hierdoor valt deze persoon niet onder de vrijwilligersverzekering.  Dat kan vervelende gevolgen hebben voor de betrokkene zelf, maar ook voor de organisatie. De VNG ontwikkelt voor de mensen waaraan een tegenprestatie wordt gevraagd een nieuwe verzekering: de participatiepolis. Deze polis zal niet door (vrijwilligers)organisaties maar door gemeenten afgesloten  moeten gaan worden.  De gemeente is immers de directe opdrachtgever die de uitkeringsgerechtigde verplicht een onbetaalde activiteit te doen in het belang van de samenleving.

Geen vrijwilligersvergoeding
Mensen de in het kader van de tegenprestatie bij een organisatie actief zijn, kunnen hiervoor geen vrijwilligersvergoedingen ontvangen. De Wet verplicht hen naar vermogen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, waardoor het dus geen vrijwilligers zijn. Uiteraard is het niet de bedoeling dat mensen die zich maatschappelijk nuttig maken daar extra kosten voor moeten maken. De daadwerkelijk gemaakte kosten kunnen dus gewoon vergoed worden.

Afspraken met de gemeente
Organisaties die mensen in het kader van de tegenprestatie willen gaan inschakelen, zullen goede afspraken moeten maken met de gemeente, de opdrachtgever voor de tegenprestatie. Deze afspraken zullen naast de verzekering en het vergoeden van de daadwerkelijk gemaakte kosten, moeten bestaan uit het soort werk en de omvang daarvan.  Met betrekking tot de soort werkzaamheden is in de wet bepaald dat de werkzaamheden worden verricht naast of in aanvulling op de reguliere werkzaamheden en dat ze geen betaalde arbeid  mogen verdringen. Daarnaast mogen de omvang en duur van de werkzaamheden slechts beperkt zijn. De wet is onduidelijk over wat die beperkte omvang en duur inhoudt maar stelt dat die kan verschillen naar gelang personen tijdelijk ontheven zijn van een of meer van de verplichtingen in de wet.

Ook is het belangrijk om af te spreken met de gemeente op welke wijze de controle plaatsvindt en wie daarin een rol hebben. Het ligt niet voor de hand dat vrijwilligersorganisaties die taak krijgen, omdat ze belang hebben bij de inzet van de uitkeringsgerechtigde en bij melding van onrechtmatigheden het risico lopen de gewenste arbeidskracht verliezen. Het zal duidelijk zijn dat het inzetten van mensen met een tegenprestatie door vrijwilligersorganisaties geen sinecure is, vooral niet omdat afspraken de over de inzet met de gemeente gemaakt moeten worden en niet zoals ze gewend zijn met de vrijwilligers zelf.

ZIE OOK: De tegenprestatie en de arbowet