Vennootschapsbelasting

Bedrijven en instellingen die winst maken betalen vennootschapsbelasting over de winst. Hier leest u meer over vennootschapbelasting.

Wet op de vennootschapsbelasting

De belastingdienst maakt onderscheid tussen natuurlijke en rechtspersonen. Daar waar natuurlijke personen belasting betalen over hun inkomen moeten rechtspersonen (bedrijven en organisaties) belasting over de winst betalen. Dat wordt ook wel vennootschapsbelasting genoemd. De meeste vrijwilligersorganisaties zullen niet belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting omdat ze geen onderneming drijven of werkzaamheden verrichten die concurrerend zijn voor andere bedrijven (artikel 4 wet op de vennootschapsbelasting). Daarbij worden de inkomsten volledig ingezet voor de hoofddoelstelling van de vereniging of stichting. Er is dan geen winst waarover belasting betaald moet worden.

Criteria voor vennootschapsbelasting

Voor het bepalen of de activiteiten van de organisatie onder de vennootschapsbelasting vallen zijn bepaalde criteria van belang. Allereerst moet sprake zijn van het drijven van een onderneming. Onder een onderneming verstaat de Wet op de vennootschapsbelasting: "Een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid die door deelname aan het economisch verkeer beoogt winst te behalen". In deze definitie zijn vier dingen van belang:

  1. Een duurzame organisatie; het is dus niet zo dat wanneer er voor twee weken een activiteit wordt ontplooid en daarna niet meer, er sprake is van een onderneming.
  2. Een organisatie van kapitaal en arbeid; dit is al snel het geval, ook bij vrijwilligersorganisaties. De hoogte van het kapitaal doet er namelijk niet toe, dat kan ook honderd euro zijn.
  3. Deelname aan het economisch verkeer. Als een vereniging of stichting alleen een prestatie (goederen of diensten) levert die geen directe relatie heeft met de contributiebijdrage van de leden verricht voor diezelfde leden, is er geen sprake van deelname aan het economisch verkeer.
  4. Er is sprake van deelname aan het economisch verkeer als er prestaties worden verricht voor derden die daarvoor een zakelijke vergoeding betalen die past in het winststreven. Het maakt hierbij niet uit dat in de statuten bepaald is dat er geen winststreven is.

Wanneer een stichting of vereniging verschillende activiteiten uitvoert, moet per activiteit bekeken worden of er sprake is van het bedrijven van een onderneming en van winststreven. Wanneer dit het geval is, betaalt de stichting of vereniging over de winst vennootschapsbelasting. Het tarief voor de vennootschapsbelasting is 20% over de eerste € 40.000,- van het belastbare bedrag 23% over de volgende € 40.000,- tot € 200.000,-en 25,5% over de rest.

Vrijstellingen

Om te beoordelen of een activiteit vrijgesteld is van vennootschapsbelasting zijn de volgende voorwaarden opgesteld:

  1. Bij de feitelijke activiteiten of het aanwenden van het vermogen staat de behartiging van een algemeen maatschappelijk, kerkelijk, levensbeschouwelijk, charitatief, cultureel, wetenschappelijk of sociaal belang centraal.
  2. De inkomsten van de activiteit worden uitsluitend ten behoeve van het statutaire doel van de vereniging of stichting aangewend.
  3. De inkomsten van de vereniging of stichting worden hoofdzakelijk (voor meer dan 70%) verkregen door de inzet van vrijwilligers.
  4. De activiteiten waarmee de inkomsten worden verkregen, vormen geen  ernstige verstoring van de concurrentieverhoudingen met de commerciële ondernemers.
  5. De vereniging streeft statutair en feitelijk niet naar winst en de behaalde winst in een jaar is van bijkomstige betekenis. De behaalde winst bedraagt in het jaar niet meer dan € 7500, dan wel in het jaar en de vier voorafgaande jaren samen niet meer dan € 37.500. Bij de berekening van deze bedragen mag rekening gehouden worden met het feit dat de vrijwilligers gratis of tegen een kostenvergoeding werkzaamheden verrichten. Daarvoor mag een fictieve kostenaftrek toegepast worden.

Voor inkomsten uit een kantine kan onder voorwaarden gebruik gemaakt worden van een speciale regeling voor kantines: de zogenaamde kantineregeling.

Om voor vrijstelling in aanmerking te komen te komen moet de vereniging of stichting in het bezit zijn van een notariële akte van oprichting, ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel en moeten ze voldoen aan een aantal boekhoudkundige verplichtingen. De boekhouding van de stichting of vereniging moet altijd actueel en doorzichtig zijn. Hiervoor is het bestuur wettelijk verplicht zorg te dragen. Ook moet het bestuur binnen zes maanden na het boekjaar een balans en jaarrekening opmaken. Daarnaast hebben stichtingen en verenigingen voor de belastingwet:

  • een administratieverplichting;
  • een bewaarplicht;
  • een verplichting om mee te werken bij een controle.

Verdieping

Hier vindt u meer informatie over de achtergrond van vennootschapsbelasting.

Jurisprudentie

Hier vindt u enkele uitspraken van de rechtbank over de belastingen voor vrijwilligersorganisaties.