Wet milieubeheer

De Wet milieubeheer is een omvangrijke wetgeving. Organisaties hebben met onderdelen te maken als zij activiteiten buiten de deur organiseren of als zij gebruik maken van een accommodatie. Hier leest u meer over de Wet milieubeheer.

Wet milieubeheer

Alle organisaties, maar in het bijzonder organisaties met een eigen accommodatie en/of buitenruimten hebben te maken met de Wet milieubeheer. Deze wet is een omvangrijke wet die gaat over alles wat met het milieu te maken heeft. Het gaat om bouwen en verbouwen, afvalstoffen, ruimtelijke ordening, milieurapportages, energiebesparing, milieu en gezondheid en het gebruik van de buitenruimten. Vrijwilligersorganisaties met een eigen accommodatie hebben specifiek binnen deze wetgeving te maken met het Activiteitenbesluit, officieel het ’Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’ genoemd.

Activiteitenbesluit

In de Wet milieubeheer is het niet langer vereist dat alle accommodatie een vergunning in het kader van milieubeheer hebben. Het huidige uitgangspunt van de wet is dat een inrichting (accommodatie) onder de algemene regels van de wet vallen tenzij ze zijn uitgezonderd. Dit zijn de inrichtingen die onder artikel 8.40 van de wet milieubeheer vallen. Verreweg de  meeste accommodaties van vrijwilligersorganisaties vallen onder de algemene regels van de wet en hoeven geen milieuvergunning aan te vragen in het kader van de Wet Milieu beheer bij het bouwen of verbouwen van de accommodatie. In bijlage 1 van de toelichting op het besluit staan de categorieën inrichtingen waarvoor een milieuvergunning verplicht blijft.

De algemene milieuvoorschriften  waaraan inrichtingen moeten voldoen staan in het Activiteitenbesluit. Formeel heet dit besluit ’algemene regels voor inrichtingen milieubeheer’. Deze algemene milieuregels staan in hoofdstuk 2 van het besluit.

Algemene milieuvoorschriften

Kort samengevat hebben de algemene milieuvoorschriften betrekking op de lozingen op oppervlaktewater, afvalstoffenbeheer en het scheiden van afvalstoffen en chemisch afval, onderhoud en schoonmaak van installaties en gebouwen, bodemvervuiling, geluid en trillingen, verlichting, energie- en waterbesparing. Zo moeten organisaties licht- en geluidshinder (onder andere) veroorzaakt door de komende en gaande bezoekers voorkomen, zo min mogelijk afvalstoffen produceren en zo zuinig mogelijk met water en energie omgaan. De organisatoren van evenementen of festivals moeten in een straal van 25 meter het (zwerf)afval opruimen.

Om te voldoen aan de milieuregels zullen een aantal noodzakelijke maatregelen getroffen moeten worden. Documentatie hierover moet ter beschikking gesteld kunnen worden aan de controlerende instanties. Het gaat hierbij om resultaten van geluidsmetingen, onderhoudscontracten, certificaten of bewijzen van goedkeuring voor installaties, jaarlijkse overzichten van de nutsbedrijven en de inschrijving in het handelsregister. Bekijk de toelichting op algemene milieuregels voor inrichtingen milieubeheer.

Type inrichtingen

Voor een bepaalde categorie van inrichtingen die onder het Activiteitenbesluit vallen is geen melding Milieubeheer meer vereist. In het Activiteitenbesluit wordt met betrekking tot het melden onderscheidt gemaakt tussen typen  A, B en C inrichtingen. Welke inrichtingen en activiteiten vergunningen nodig hebben of een melding moeten doen is afhankelijk van het type inrichting.

  • Inrichting type A
    Dit zijn inrichtingen waarvan de activiteiten weinig invloed hebben op het milieu. Deze vallen onder het lichte regime van het Activiteitenbesluit. Dergelijke inrichtingen hoeven bij de oprichting of een wijziging geen melding meer te doen aan het bevoegd gezag. In artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit worden de criteria genoemd waaraan een inrichting type A moet voldoen. Vervolgens worden in artikel 1.4 onderdelen van het Activiteitenbesluit genoemd die mogelijk van toepassing zijn. Inrichtingen type A zijn bijvoorbeeld kantoor- en schoolgebouwen.
  • Inrichting type B
    Dit zijn inrichtingen die volledig onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit kunnen vallen. Het gaat hierbij om de inrichtingen die niet onder type A of type C vallen. In artikel 1.2 van het Activiteitenbesluit worden de criteria genoemd waaraan een inrichting type B moet voldoen. Inrichtingen type B zijn bijvoorbeeld garagebedrijven, metaalbewerkende bedrijven en bepaalde zeefdrukkerijen.
  • Inrichting type C
    Dit zijn inrichtingen waarvoor de vergunningplicht blijft gelden. Deze inrichtingen vallen vooralsnog niet of niet volledig onder de algemene regels van het Activiteitenbesluit. Voor deze inrichtingen kan het Activiteitenbesluit gedeeltelijk van toepassing zijn naast de milieuvergunning, het Besluit landbouw milieubeheer of het Besluit glastuinbouw of Besluit Mestbassins milieubeheer.

Wanneer melden?

Inrichtingen of activiteiten van het type B of C moeten bij elke verandering of voorafgaand aan de start een melding doen bij het bevoegd gezag. Deze melding dient vier weken voor de start of de uitvoering van de wijziging gedaan te worden. Bij verandering is een melding alleen vereist als een afwijking ontstaat van eerder verstrekte gegevens, of als volgens de artikelen 1.12 (akoestisch rapport), 1.13 (lozingen vanuit bodemsanering of proefbronnering) of artikel 1.14 (lozing van grondwater) andere gegevens moeten worden verstrekt.

Zorgplicht

De regeling doet een uitdrukkelijk beroep op de eigen verantwoordelijkheid van vrijwilligersorganisaties om zich in te zetten voor het milieu. Rekening houdend met de eigen bedrijfsvoering en de plaatselijke omstandigheden mogen organisaties zelf bepalen op welke wijze de milieudoelstellingen worden bereikt. Daarnaast hebben vrijwilligersorganisaties met een eigen accommodatie of de organisaties van evenementen en festivals een zorgplicht ten aanzien van het milieu. Deze zorgplicht komt erop neer dat een beheerder van een complex de plicht heeft de nadelige gevolgen voor het milieu te beperken.