We zijn een kleine vereniging (Vrouwen-Sociëteit). We hebben statuten en een huishoudelijk regelement. In het kader van de WBTR is het huishoudelijk reglement aangepast. Echter. In 2021 is bepaald dat je 5 jaar de tijd hebt om de statuten aan te passen aan de eisen van de WBTR. Ik heb me er in verdiept en eigenlijk de enige bepaling die niet in de statuten staat is een regeling afwezigheid bestuursleden. (Een regeling over meervoudig stemrecht staat er ook niet in, maar ik heb de indruk dat dat geen harde eis is.)
Moeten we de statuten hier op gaan aanpassen en wat zijn de gevolgen als we het niet doen. We komen voor dure notariskosten te staan. Onze jaarrekening zit jaarlijks ergens tussen de € 3.000 en de € 5.000 en we hebben geen eigen vermogen en geen eigen bezittingen.
Hoe gaan andere hiermee om?