Hoe succesvol is de participatiesamenleving?

Vier jaar  geleden introduceerde de koning in de troonrede het begrip participatiesamenleving. Hoe staat deze samenleving er na vier jaar voor? De NOS peilde de stand van zaken rondom de participatiesamenleving en concludeerde dat deze vooral een zaak is voor hoogopgeleiden. Movisie maakt aan de hand van 5 signalen de balans op, waarop ook ruimschoots aandacht wordt besteed aan de rol en positie van vrijwilligers en de kansen en bedreigingen voor vrijwillige inzet binnen de participatiesamenleving.

Ook Movisie constateert dat de burgers die initiatieven nemen voornamelijk hoogopgeleide autochtone burgers te zijn. Daardoor kan er een tweedeling ontstaan van enerzijds een elite van hoger opgeleide, autochtone burgers die de weg kent en het goed weet te regelen voor zichzelf. En anderzijds een klasse van lager opgeleiden, migranten, mensen met een licht verstandelijke beperking en sommige ouderen, die het niet voor elkaar weet te krijgen.

Movisie constateert ook dat een burger niet kan putten uit een onbeperkt arsenaal van uren om de participatiesamenleving vorm te geven. Wanneer gekozen moet worcen tussen het verlenen van mMantelzorg aan bijvoorbeeld een zieke partner, of het doen van vrijwilligerswerk, heeft het eerste prioriteit. Door het toenemende beroep dat de overheid doet op burgers om mantelzorg te verlenen, is de hoeveelheid tijd die Nederlanders gemiddeld besteden aan vrijwilligerswerk dan ook gedaald.

Pleuni Koopman van het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) stoort zich aan het beeld dat participatie vooral iets voor een hoogopgeleide elite is. Volgens haar moet vooral de overheid burgerinitiatieven meer gaan faciliteren en de ruimte geven.

Lees hier het volledige artikel op movisie.nl

Lees hier meer over de NOS peiling

Lees hier de reactie van het LSA