Nieuwe cijfers over vrijwillige inzet

Met enige regelmaat publiceert het CBS cijfers over het vrijwilligerswerk in Nederland. Dit jaar is er op verzoek van VWS en in samenspraak met de Nederlandse Organisatie Vrijwilligerswerk (NOV) een aantal vragen over vrijwilligerswerk toegevoegd aan het onderzoek  om een meer gedetailleerde beeld te krijgen van de vrijwilligers en het soort vrijwilligerswerk in Nederland. Er zijn vragen toegevoegd over de frequentie van het vrijwilligerswerk, de specifieke activiteiten, hoe lang men actief is, de tevredenheid en de motieven.

Bijna de helft (48,5 procent) van de bevolking van 15 jaar en ouder gaf in 2017 aan zich minstens één keer per jaar als vrijwilliger ingezet te hebben voor een organisatie of vereniging. Dit aandeel is al sinds 2012 vrijwel constant. De meeste vrijwilligers zetten zich in voor sportverenigingen, scholen, jeugdorganisaties, levensbeschouwelijke organisaties en in de verzorging en verpleging. Gemiddeld is een vrijwilliger 4,5 uur per week bezig met vrijwilligerswerk.

Mensen van middelbare leeftijd zijn vaker actief als vrijwilliger dan jongeren en ouderen. Mannen en vrouwen doen even vaak vrijwilligerswerk, maar zijn actief in verschillende soorten organisaties. Zo zetten vrouwen zich twee keer zo vaak als mannen in voor een school en in de verzorging, terwijl mannen actiever zijn op het gebied van sport en jeugdwerk. Hoogopgeleiden zijn vaker vrijwilliger dan laagopgeleiden. Wel besteden ze hier gemiddeld minder uren per week aan dan lager opgeleiden. Hogere inkomens zijn over het algemeen meer actief als lagere inkomens en werkenden zijn vaker actief dan niet-werkenden.

Bij zowel de hoogst als de laagst opgeleide vrijwilligers is activiteiten organiseren het populairst. Bij de laagst opgeleiden komt klussen op de tweede plaats, bij de hoogst opgeleiden is dat bestuurswerk.

Het complete rapport kunt u hier downloaden.

Ook interessant: het commentaar van Matthijs Terpstra over de cijfers in Trouw