Sociale uitkeringen

Mensen met een WW, WAO of bijstandsuitkering mogen in principe vrijwilligerswerk doen. Er zijn echter wel regels aan verbonden. Bij alle wetgeving rond vrijwilligerswerk met een uitkering moet het wel om echt vrijwilligerswerk gaan.

Nieuwe regels ww en vrijwilligerswerk.

Wetgeving sociale uitkeringen

Dit houdt in dat het vrijwilligerswerk moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Het vrijwilligerswerk is onbetaald (vergoeding voor daadwerkelijk gemaakte kosten is toegestaan).
  • Het vrijwilligerswerk wordt niet bij een commercieel of familiebedrijf verricht (het bedrijf betaald vennootschapsbelasting).
  • Het vrijwilligerswerk verdringt geen betaalde arbeid.

De Werkeloosheidswet

De Werkeloosheidswet (WW) is een verzekering voor werknemers die wegens werkloosheid niet of minder uren dan voorheen werkzaam zijn en daardoor geen inkomsten hebben. De hoogte en duur van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden. De WW-uitkering moet aangevraagd worden bij het UWV Werkbedrijf.

Vrijwilligerswerk naast een WW-uitkering is in principe toegestaan mits men beschikbaar blijft voor de arbeidsmarkt. Het is verplicht het vrijwilligerswerk te melden. De uitkeringsinstantie beoordeelt de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt. Wanneer iemand minder beschikbaar is voor de arbeidsmarkt (door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk) kan dat gevolgen hebben voor de hoogte van de uitkering. Iedereen met een WW-uitkering is in principe verplicht te solliciteren naar een betaalde baan.

Lees meer over het voorstel ww en vrijwilligerswerk

Wet werk en bijstand

De Wet werk en bijstand (WWB) regelt dat mensen met onvoldoende bestaansmiddelen een uitkering kunnen krijgen. Een belangrijk doelstelling van de WWB is mensen te begeleiden naar betaald werk. De WWB gaat hierbij uit van algemeen geaccepteerde arbeid in plaats van passende arbeid. Met geaccepteerde arbeid wordt bedoeld: legaal werk dat door iedereen als ’normaal’ wordt gezien. Uitkeringsgerechtigden moeten ook een baan accepteren die niet aansluit bij hun opleiding of werkervaring. Vrijwilligerswerk naast een WWB uitkering is toegestaan maar moet wel gemeld worden bij de uitkeringsinstantie.

Wanneer iemand nog geen betaalde arbeid kan doen of wanneer werkervaring in het kader van de re-integratie van belang is, bestaat de mogelijkheid voor gemeenten om vrijwilligerswerk te stimuleren of belonen door middel van een premie voor getoonde inzet en als tegemoetkoming in de onkosten. Dit is vastgelegd in artikel 31. j van de WWB. Deze premie heeft geen gevolgen voor de uitkering. De hoogte van de premie is maximaal € 2219,- (1 juli 2009) en mag slechts voor twee achtereenvolgende jaren worden gegeven. Ook andere instanties mogen deze premie verstrekken, maar moeten dat voorleggen aan het college van Burgemeester en Wethouders. Deze bepalen of de premie bijdraagt aan arbeidsinschakeling van uitkeringsgerechtigden.

Mensen met een bijstandsuitkering mogen voor het vrijwilligerswerk een onkostenvergoeding krijgen. Het kan een vergoeding zijn van de werkelijk gemaakte en aangetoonde kosten of een vast bedrag dat niet hoger is dan € 95,- per maand en maximaal € 764,- per jaar. Het kan per gemeente verschillen of over de onkostenvergoeding verantwoording moet worden afgelegd. Wanneer de gemeente beslist dat het vrijwilligerswerk toetreding tot de arbeidsmarkt bevordert mag een uitkeringsgerechtigde een vrijwilligersvergoeding ontvangen van € 150,- per maand tot een maximum van € 1500,- per jaar. Mensen die een stimuleringspremie in het kader van de WWB ontvangen mogen niet daarnaast ook een vrijwilligersonkostenvergoeding ontvangen. Wanneer iemand naast de onkostenvergoeding van de organisatie ook een stimuleringspremie ontvangt (maximaal € 2219,-) wordt de premie bij de inkomsten opgeteld en telt hij mee voor de hoogte van de uitkering. Met andere woorden: de stimuleringspremie behoort alleen dan niet tot het belastbaar inkomen als in het jaar waarin de premie is verstrekt geen onkostenvergoeding voor het vrijwilligerswerk is betaald. Meer informatie over de Wet werk en bijstand is te vinden bij postbus 51.

Op 1 januari 2015 is de Participatiewet ingegaan. Lees de gevolgen voor de WWB

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is bedoeld voor werknemers die langdurig ziek of gehandicapt zijn en niet meer (volledig) in hun onderhoud kunnen voorzien. Per 29 december 2005 is de WAO opgevolgd door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De WAO bestaat vanaf die datum alleen nog voor mensen die reeds een WAO-uitkering ontvangen.

Voor jonggehandicapten is de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) in het leven geroepen. In aanmerking voor een Wajong-uitkering komen mensen die voor hun 17e verjaardag gehandicapt of langdurig ziek zijn geworden en mensen die tussen hun achttiende en dertigste verjaardag arbeidsongeschikt zijn geworden tijdens een studie.

Lees de gevolgen van de ingang van de Participatiewet voor de Wajong.

Wet inkomensvoorziening ouderen

De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) is een inkomensvoorziening voor oudere werkloze werknemers. Werknemers die minstens 50 jaar oud waren toen zij werkloos werden, kunnen in aanmerking komen voor een IOAW-uitkering als hun WW-uitkering afloopt. De Wet inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen (IOAZ) is gericht op ouderen die gestopt zijn met hun werk als zelfstandige.

Uitkering en vrijwilligerswerk

Het is in principe mogelijk om naast een uitkering vrijwilligerswerk te doen. Het is belangrijk hierbij rekening te houden met een paar dingen. Het vrijwilligerswerk mag niet uw kansen op betaald werk verkleinen. Met vrijwilligerswerk in arbeidstijd moet worden gestopt wanneer een (passende) betaalde baan wordt aangeboden. In de vrije tijd kan het vrijwilligerswerk natuurlijk wel worden gedaan. Een vrijwilliger met een uitkering mag geen werk doen waarvoor iemand zonder uitkering zou worden betaald.

Informatieplicht

Als u een bijstands-, IOAW- of IOAZ-uitkering hebt dan bent u verplicht het (voorgenomen) vrijwilligerswerk te melden bij de sociale dienst van de gemeente. Als u een WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering krijgt, dan bent u niet verplicht om uw vrijwilligerswerk bij UWV te melden. Maar om misverstanden te voorkomen, is het verstandig wel te doen. Dat kan door een brief te schrijven naar het UWV-kantoor dat uw uitkering behandelt. Daarin moet staan:

  • wat voor vrijwilligerswerk u gaat doen;
  • hoeveel uur per week u vrijwilligerswerk gaat doen;
  • wanneer u begint en hoe lang u dit vrijwilligerswerk gaat doen;
  • wat uw burgerservicenummer is.

In de volgende situaties is het verplicht om vrijwilligerswerk aan UWV te melden:

  • als u een WW- of een WGA-uitkering heeft (dan geeft u uw vrijwilligerswerk op via uw werkcoach, uw arbeidsdeskundige of via UWV Telefoon Werknemers 0900 – 92 94);
  • als u meer betaald krijgt dan de onkostenvergoeding van € 150 per maand;
  • als uw vrijwilligerswerk lijkt op het werk waarvoor u oorspronkelijk afgekeurd bent.

Sollicitatieplicht

Alleen als u een WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering krijgt, hoeft u niet te solliciteren. U mag dan ook een betaalde baan weigeren als u deze krijgt aangeboden, ook al kunt u wel vrijwilligerswerk doen. Mensen met een WW uitkering kunnen vrijstelling krijgen van sollicitatieplicht wanneer ze voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • vóór 1 juli 1946 geboren;
  • langer dan 1 jaar een WW- of WGA-uitkering;
  • gemiddeld ten minste 20 uur per week vrijwilligerswerk;
  • het vrijwilligerswerk duurt langer dan 3 maanden;
  • er wordt geen loon ontvangen voor dit vrijwilligerswerk;
  • er is geen sprake van een re-integratietraject.

Ook is het mogelijk om een tijdelijke ontheffing van de sollicitatieplicht te krijgen voor een half jaar  voor mensen met een WW en WGA . De ontheffing is éénmalig voor maximaal 6 maanden en kan met maximaal nog een half jaar worden verlengt. De voorwaarden hiervoor zijn:

  • langer dan 1 jaar een WW- of een WGA-uitkering;
  • gemiddeld ten minste 20 uur per week vrijwilligerswerk;
  • er wordt geen loon ontvangt voor dit vrijwilligerswerk;
  • er is geen sprake van een re-integratietraject;
  • het vrijwilligerswerk vergroot de  kansen op werk.

Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekering (UWV) bekijkt per aanvraag of een uitkeringsgerechtigde in aanmerking komt voor ontheffing van sollicitatieplicht.

In alle andere gevallen geldt dat de uitkeringsgerechtigde altijd moet zoeken naar een betaalde baan. Daarom mag u ook maar maximaal 20 uur per week als vrijwilliger werken. Krijgt u een betaalde baan aangeboden? Dan moet u die accepteren. Ook als dat betekent dat u daardoor moet stoppen met uw vrijwilligerswerk. Als u dit niet doet, kan het gevolgen hebben voor uw uitkering.


Verdieping

Hier vindt u meer informatie over de achtergrond van sociale uitkeringen en vrijwilligerswerk.

Jurisprudentie

Hier vindt u enkele uitspraken van de rechtbank over sociale uitkeringen en vrijwilligerswerk.

Instrumenten